Klaagliederen 3:30
Zijn wangen bieden aan hem, die hem slaat, Verzadigd worden met smaad.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
He giveth his cheek to him that smiteth him: he is filled full with reproach.
In Context
29Zijn mond in het stof blijven drukken. Misschien is er hoop;
31Neen, de Heer verlaat niet voor immer De kinderen der mensen!
Cross References
Job 30:10Vol afschuw blijven ze op een afstand staan, En ontzien zich niet, mij in het gezicht te spuwen.
Psalms 69:20Gij weet, hoe de smaad mij het hart heeft gebroken, En hoe vertwijfeld ik ben. Ik wachtte op een, die medelijden had, maar er was er geen, Op troosters, maar ik vond ze niet.
Isaiah 50:6Mijn rug bied Ik hun, die Mij slaan, Mijn wangen, die Mij de baard uitrukken; Ik houd mijn gelaat niet verborgen Voor smaad en bespuwing.
Matthew 5:39Maar Ik zeg u, geen weerstand te bieden aan het onrecht. Als iemand u op de rechterwang slaat, keer hem ook de andere toe.
Luke 6:29Wie u op de ene wang slaat, keer hem ook de andere toe; en wie u van de mantel berooft, weiger hem ook het onderkleed niet.