Klaagliederen 3:39
Wat klaagt dan de mens bij zijn leven: Laat iedereen klagen over zijn zonde!
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
Wherefore doth a living man complain, a man for the punishment of his sins?
In Context
38Komt niet uit de mond van den Allerhoogste Het kwaad en het goed?
40Laten wij ons gedrag onderzoeken en toetsen, En ons tot Jahweh bekeren;
Cross References
Genesis 4:13Toen sprak Kaïn tot Jahweh: Mijn schuld is te groot, om vergeven te worden.
Leviticus 26:43het land dat door hen moest worden verlaten en zijn sabbatten inhaalde; dat om hen verwoest bleef liggen, terwijl zij hun zonde moesten boeten, daar ze mijn wetten hadden veracht en mijn voorschriften hadden versmaad.
Numbers 16:41Maar nu sloeg heel de gemeenschap der Israëlieten de volgende dag tegen Moses en Aäron aan het morren, en zeide: Gij hebt het volk van Jahweh gedood!
Joshua 7:6Nu scheurde Josuë zijn kleren, en wierp zich met de oudsten van Israël plat ter aarde voor de ark van Jahweh tot de avond toe. Ze strooiden zich stof op het hoofd,
2 Kings 3:13Maar Eliseus sprak tot den koning van Israël: Wat heb ik met u te maken? Ga naar de profeten van uw vader en moeder! De koning van Israël antwoordde: Maak toch, dat Jahweh ons drieën niet hierheen heeft geroepen, om tenslotte aan Moab te worden overgeleverd.
2 Kings 6:33En terwijl hij nog sprak, kwam de koning al naar hem toe en riep: Zie, zo groot is het onheil, dat Jahweh ons heeft berokkend! Wat zou ik nog langer op Jahweh hopen?