Klaagliederen 5:12
Vorsten door hen opgehangen, Geen oudsten gespaard.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
Princes are hanged up by their hand: the faces of elders were not honoured.
In Context
11De vrouwen worden in Sion onteerd, De maagden in de steden van Juda;
13De jongens moeten de molensteen torsen, De knapen bezwijken onder het hout;
Cross References
Isaiah 47:6Omdat Ik op mijn volk was vergramd, Heb Ik mijn erfdeel ontwijd, in uw handen geleverd. Maar gij hebt hun geen medelijden getoond, Zelfs op grijsaards zwaar uw juk laten drukken.
Jeremiah 52:10De koning van Babel liet de zonen van Sedekias voor zijn ogen vermoorden; ook al de aanvoerders van Juda slachtte hij in Ribla af.
Lamentations 2:10Sprakeloos zitten ze op de grond De oudsten der dochter van Sion; Ze hebben as op hun hoofd gestrooid, Met een zak zich omgord; Het hoofd ter aarde gebogen De dochters van Jerusalem.
Lamentations 4:16Het aanschijn van Jahweh heeft ze verstrooid, Het blikt niet meer op hen neer; Het heeft de priesters niet ontzien, De oudsten niet gespaard.