Klaagliederen 5:14
Geen grijsaards meer in de poorten, Geen jonge mannen meer met hun lier.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
The elders have ceased from the gate, the young men from their musick.
In Context
13De jongens moeten de molensteen torsen, De knapen bezwijken onder het hout;
15Geen blijdschap meer voor ons hart, Onze reidans veranderd in rouw,
Cross References
Job 29:7Als ik uitging naar de poort van de stad, En op het plein mijn zetel liet zetten:
Job 30:31Mijn citer is voor rouwklacht gestemd, Mijn fluit voor geween!.
Isaiah 24:7De wijntros kwijnt, de wingerd versmacht, Wat dartel is, zucht;
Jeremiah 16:9Zo spreekt Jahweh der heirscharen, Israëls God: Want Ik zal in deze plaats doen verstommen, Voor uw ogen en in uw dagen, De kreten van blijdschap en vreugde, De jubel van bruidegom en bruid!
Lamentations 1:4De wegen van Sion treuren, Want niemand trekt op naar het feest; Al haar poorten liggen in puin, Haar priesters zuchten, Haar maagden jammeren, Zelf is zij bitter bedroefd.
Lamentations 2:10Sprakeloos zitten ze op de grond De oudsten der dochter van Sion; Ze hebben as op hun hoofd gestrooid, Met een zak zich omgord; Het hoofd ter aarde gebogen De dochters van Jerusalem.