Klaagliederen 5:7
Onze vaderen hebben gezondigd: zij zijn niet meer, Wij dragen hun schuld:
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
Our fathers have sinned, and are not; and we have borne their iniquities.
In Context
6Naar Egypte steken wij de handen uit, Naar Assjoer om brood!
8Slaven zijn onze heersers, En niemand, die ons uit hun handen verlost.
Cross References
Genesis 42:36En hun vader Jakob zeide tot hen: Ge maakt me kinderloos; Josef is weg, Simeon is weg, en nu neemt ge ook nog Benjamin weg; het drukt me allemaal zwaar.
Numbers 14:18Jahweh is lankmoedig en rijk aan genade. Hij vergeeft de zonden en misdaden wel maar laat ze niet ongestraft; Hij wreekt de misdaad van de vaderen op de zonen tot in het derde en vierde geslacht.
Job 7:21Waarom niet liever mijn zonde vergeven, En mijn misdaad vergeten? Want weldra lig ik neer in het stof: Dan kunt Gij me zoeken, maar ik ben er niet meer!
Jeremiah 16:11Dan moet ge hun zeggen: Omdat uw vaderen Mij hebben verlaten, spreekt Jahweh; Achter vreemde goden gelopen, ze hebben gediend en aanbeden, Mij hebben verzaakt, niet mijn wet onderhouden;
Jeremiah 31:15Zo spreekt Jahweh: Een jammerklacht wordt in Rama gehoord, Een bitter geween: Rachel schreit om haar zonen, Ze wil zich niet laten troosten, Want haar kinderen zijn niet meer.
Ezekiel 16:58Uw ontucht en uw schanddaad, ge zult ze dragen, zegt Jahweh, de Heer.