Klaagliederen 5:8
Slaven zijn onze heersers, En niemand, die ons uit hun handen verlost.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
Servants have ruled over us: there is none that doth deliver us out of their hand.
In Context
7Onze vaderen hebben gezondigd: zij zijn niet meer, Wij dragen hun schuld:
9Met gevaar voor ons leven halen wij brood, Voor het dreigende zwaard der woestijn;
Cross References
Genesis 9:25sprak hij: Vervloekt zij Kanaän, Een slaaf der slaven zal hij zijn voor zijn broeders.
Nehemiah 2:19Toen Sanbállat, de Choroniet, Tobi-ja, de ammonietische slaaf, en Gésjem, de Arabier, het hoorden, lachten ze ons uit, en bespotten ons. En ze zeiden: Wat moet dat betekenen; maakt ge soms opstand tegen den koning?
Job 5:4Zijn kinderen werden van hulp verstoken, Reddeloos vertrapt in de poort;
Psalms 7:2Opdat ze mij niet als leeuwen verscheuren, En wegslepen, reddeloos verloren.
Proverbs 30:22Onder een slaaf, wanneer hij koning wordt; Onder een dwaas, als hij genoeg te eten heeft;
Hosea 2:10Ik zal haar mijn wol en mijn vlas onthouden, Die haar naaktheid moeten bedekken; Voor haar minnaars haar schaamte ontbloten, Niemand zal ze uit mijn hand kunnen redden.