Klaagliederen 5:9
Met gevaar voor ons leven halen wij brood, Voor het dreigende zwaard der woestijn;
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
We gat our bread with the peril of our lives because of the sword of the wilderness.
In Context
8Slaven zijn onze heersers, En niemand, die ons uit hun handen verlost.
10Onze huid is heet als een oven, Door de koorts van de honger.
Cross References
Judges 6:11Eens kwam de engel van Jahweh, en zette zich neer onder de terebint in Ofra, dat aan Joasj van Abiézer toebehoorde. Zijn zoon Gedeon was juist bezig, tarwe te dorsen in de perskuip, om ze voor de Midjanieten te verbergen.
Jeremiah 40:9Gedaljáhoe, de zoon van Achikam, zoon van Sjafan, verzekerde hun en hun mannen onder ede: Ge behoeft niet bang te zijn voor de Chaldeeuwse beambten; zet u neer in het land, en onderwerpt u aan den koning van Babel; dan zal het u goed gaan.
Jeremiah 41:18Want ze waren bang voor hen, omdat Jisjmaël, de zoon van Netanja, Gedaljáhoe, den zoon van Achikam, had vermoord, dien de koning van Babel tot landvoogd had aangesteld.
Jeremiah 42:16dan zal het zwaard, waarvoor ge beducht zijt, u daar in het land van Egypte achterhalen; zal de honger, waarvoor ge zo bang zijt, u daar in Egypte achtervolgen, en daar zult ge sterven.
Ezekiel 12:18Mensenkind, uw brood moet ge al bevend eten, en het water drinken onder siddering en angst.