Leviticus 1:7
De zonen van Aäron, de priesters, moeten vuur op het altaar leggen, hout op het vuur stapelen,
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
6Vervolgens moet hij het brandoffer villen, en in stukken snijden.
8en de stukken met de kop en het vet op het hout leggen, dat op het altaarvuur ligt.
Cross References
Genesis 22:9Toen zij aan de plaats waren gekomen, die God hem genoemd had, bouwde Abraham daar een altaar, en stapelde het hout op. Dan bond hij zijn zoon Isaäk, en legde hem op het altaar boven op het hout.
Leviticus 9:24En een vuur schoot uit het aanschijn van Jahweh, dat het brandoffer met de vette stukken op het altaar verteerde. Toen het ganse volk dat zag, brak het los in gejubel en viel op zijn aangezicht neer.
1 Chronicles 21:26Hij liet daar een altaar voor Jahweh oprichten, droeg brandoffers op en dankoffers, en toen hij Jahweh aanriep, antwoordde Hij hem door het vuur, dat Hij uit de hemel op het brandoffer liet neerdalen.
Nehemiah 13:31en regelde de levering van hout op vaste tijden, en de eerstelingen. Mijn God, gedenk mijner ten goede!