Leviticus 11:13
Van de gevleugelde dieren moet ge de volgende verfoeien; omdat ze een gruwel zijn, mogen ze niet worden gegeten: de arend, de lammergier en de aasgier,
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
12Alles, wat in het water leeft en geen vinnen en schubben heeft, moet een gruwel voor u zijn.
14de wouw en de verschillende soorten valken;
Cross References
Job 28:7De arend kent er de weg niet heen, Het valkenoog bespeurt hem niet;
Job 39:27Neemt op uw bevel de gier zijn vlucht, En bouwt hij zijn nest in de hoogte?
Jeremiah 4:22Want mijn volk is verdwaasd: ze kennen Mij niet; Onverstandige kinderen, zonder begrip; Volleerd alleen in de boosheid, Maar te dom, om het goede te doen.
Lamentations 4:19Onze vervolgers waren nog sneller Dan adelaars in de lucht; Ze zetten ons na op de bergen, Belaagden ons in de woestijn.
Habakkuk 1:8Zijn paarden zijn sneller dan panters, Vlugger dan de wolven uit de woestijn. Zijn ruiters springen te paard, En komen van verre gevlogen; Zoals een gier zich werpt op zijn prooi,
Romans 1:28En daar ze de kennis van God hebben versmaad, heeft God hen overgeleverd aan hun smadelijke instinkten, zodat ze doen, wat niet past: