Leviticus 11:19
de ooievaar, de verschillende soorten kraanvogels, de specht en de vleermuis.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
And the stork, the heron after her kind, and the lapwing, and the bat.
In Context
18de nachtuil, de reiger en de stinkgier;
20Ook de gevleugelde insekten, die vier poten hebben, moeten u een gruwel zijn.
Cross References
Psalms 104:17Waar de vogels zich nestelen, In wier toppen de ooievaar woont.
Zechariah 5:9Ik sloeg mijn ogen op, en zag toe. En zie, daar verschenen twee vrouwen; ze hadden vleugels als die van een ooievaar, en de wind blies in haar vleugels. Ze hieven de korenmaat op tussen aarde en hemel.