Leviticus 11:2
Zegt aan de Israëlieten: Van alle viervoetige dieren, die op aarde zijn, moogt ge deze eten:
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
1Jahweh sprak tot Moses en Aäron:
Cross References
Leviticus 11:4Maar van de dieren, die herkauwen of gespleten hoeven hebben, moogt ge de volgende niet eten. De kameel, want hij is wel herkauwend, maar heeft geen volledig gespleten hoeven; hij is voor u onrein.
Leviticus 11:11Ze moeten een gruwel voor u zijn; van hun vlees moogt ge niet eten, en hun krengen moet ge verfoeien.
Leviticus 11:21Slechts die gevleugelde insekten met vier poten moogt ge eten, die behalve hun poten nog springpoten hebben, om daarmee over de grond te springen.
Leviticus 11:34Elke eetbare spijs, waarop water komt uit zulk een vat, is onrein, en elke drank, die genoten kan worden, wordt in zulk een vat onrein.
Leviticus 11:41Alle ongedierte, dat over de grond scharrelt, is een gruwel; het mag niet worden gegeten.
Deuteronomy 14:4De volgende dieren moogt ge dus eten: het rund, het schaap en de geit,