Leviticus 13:8
Ziet de priester, dat de uitslag zich verder over zijn huid heeft verspreid, dan moet de priester hem onrein verklaren; het is melaatsheid.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
9Wanneer iemand een melaatse plek heeft, moet hij naar den priester worden gebracht.
Cross References
Leviticus 13:3De priester moet de plek op zijn huid onderzoeken. Is het haar op die plek wit geworden, en ligt die plek opvallend dieper dan de huid, dan is het melaatsheid. Wanneer de priester dit ziet, moet hij hem onrein verklaren.
Acts 8:21Ge kunt geen deel hieraan hebben; want uw hart is niet oprecht tegenover God.
2 Peter 2:19Vrijheid spiegelen ze hun voor, maar zelf zijn ze slaven van het bederf; want door wien men overwonnen is, van hem is men de slaaf.