Leviticus 18:20
Gij moogt niet slapen bij de vrouw van uw naaste; daardoor verontreinigt gij u.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
Moreover thou shalt not lie carnally with thy neighbour’s wife, to defile thyself with her.
In Context
Cross References
Leviticus 20:10Wie overspel begaat met de vrouw van een ander, moet ter dood worden gebracht; de echtbreker zowel als de echtbreekster.
Deuteronomy 22:22Wanneer iemand erop wordt betrapt, dat hij gemeenschap houdt met een getrouwde vrouw, dan moeten beiden sterven: zowel de man, die gemeenschap hield met de vrouw, als de vrouw zelf. Zo moet gij dit kwaad uit Israël verwijderen.
2 Samuel 11:3David liet onderzoeken, wie de vrouw was. Men zeide hem: Het is Bat-Sjéba, de dochter van Eliam, de vrouw van Oerija, den Chittiet.
Proverbs 6:25Zet uw hart niet op haar schoonheid, Laat ze u niet met haar wimpers verleiden;
Ezekiel 18:6op de bergen houdt hij geen offermaal, naar de schandgoden van Israëls huis slaat hij zijn ogen niet op; hij onteert de vrouw van zijn medemens niet, hij heeft geen gemeenschap met een vrouw in haar stonden;
Matthew 5:27Gij hebt gehoord, dat er gezegd is:Gij zult geen overspel doen.