Leviticus 18:3
Gij moogt u niet gedragen naar de zeden van Egypte, waar gij gewoond hebt, noch naar die van Kanaän, waar Ik u heenvoer; naar hun zeden moogt ge niet leven.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
2Beveel de kinderen Israëls, en zeg hun: Ik ben Jahweh, uw God!
Cross References
Leviticus 18:24Bezoedelt u dus niet door dit alles. Want door al deze dingen zijn de volken besmeurd, die Ik voor u zal uitdrijven;
Deuteronomy 12:4Zó moogt ge Jahweh, uw God, niet vereren,
Deuteronomy 29:17hoe gij hun gruwelen hebt moeten aanschouwen, en hun schandgoden van hout en steen, van zilver en goud, die zij hadden.
Jeremiah 10:2Zo spreekt Jahweh: Leert de gebruiken der heidenen niet aan; Weest niet bevreesd voor hemeltekens, Omdat de heidenen er bang voor zijn.
Ezekiel 23:8Maar ook haar ontucht met de Egyptenaren gaf ze niet op; want die hadden al met haar geslapen, toen ze nog jong was; die hadden haar meisjesborsten betast, en aan haar hun lusten bevredigd.
Ephesians 5:7Wordt dus hun medeplichtigen niet!