Leviticus 19:11
Ge zult niet stelen. Ge moogt niet liegen noch elkander bedriegen.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
Ye shall not steal, neither deal falsely, neither lie one to another.
In Context
12Ge moogt niet vals zweren bij mijn Naam, en de Naam van uw God niet ontheiligen. Ik ben Jahweh!
Cross References
Exodus 20:15Gij zult niet stelen.
Exodus 22:1Wanneer iemand een rund of een schaap steelt, en het slacht of verkoopt, moet hij vijf runderen vergoeden voor het rund, en vier schapen voor het schaap.
Exodus 22:10Wanneer iemand een ezel, een stier of een schaap of wat voor dier ook, aan de hoede van een ander toevertrouwt, en het beest sterft, breekt zijn poten of wordt weggeroofd, zonder dat iemand het ziet,
Deuteronomy 5:19Gij zult niet stelen.
Psalms 101:7Maar niemand blijft in mijn huis, Die zich schuldig maakt aan bedrog; En wie leugens spreekt, Houdt geen stand voor mijn ogen.
Jeremiah 6:13Want van klein tot groot Azen allen op winst, Profeet en priester Plegen allen bedrog;