Leviticus 19:25
In het vijfde jaar moogt ge de vruchten ervan eten; zo zult ge de opbrengst ervan nog vermeerderen. Ik ben Jahweh, uw God!
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
24In het vierde jaar moeten al hun vruchten als feestgaven aan God worden gewijd.
26Gij moogt niet op de bergen eten, en u niet afgeven met waarzeggerij of toverij.
Cross References
Leviticus 19:4Gij moogt u niet tot de afgoden wenden en u geen gegoten goden maken. Ik ben Jahweh, uw God!
Leviticus 23:14Tot deze dag moogt ge geen brood, geen geroosterd of ongeroosterd graan van de nieuwe oogst eten, eer gij uw gave aan uw God hebt gebracht. Dit is een eeuwig geldende wet voor al uw geslachten, waar ge ook woont.
Proverbs 3:9Eer Jahweh met heel uw bezit, Met het beste van al uw inkomsten:
Haggai 1:4Is het dan wel de tijd voor u, om in betimmerde huizen te wonen, terwijl dit huis nog in puin ligt?
Haggai 2:18Let toch eens op, wat er vóór deze dag is geschied: vóór de vier en twintigste dag van de negende maand, sinds de dag, waarop de grondslag van de tempel van Jahweh gelegd is!