Leviticus 19:27
Ge moogt uw haar aan uw slapen niet afscheren, de rand van uw baard niet korten,
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
Ye shall not round the corners of your heads, neither shalt thou mar the corners of thy beard.
In Context
26Gij moogt niet op de bergen eten, en u niet afgeven met waarzeggerij of toverij.
28uw lichaam niet kerven om een dode, en geen figuren in uw lichaam snijden. Ik ben Jahweh!
Cross References
Deuteronomy 14:1Gij zijt kinderen van Jahweh, uw God! Gij moogt u daarom om een dode niet kerven en u aan uw voorhoofd niet kaal scheren:
Isaiah 15:2De dochter van Dibon heeft de hoogten beklommen, Om er te wenen, En over Nebo en Medeba Heft Moab zijn klaagzangen aan. Alle hoofden zijn kaal, Alle baarden geschoren;
Jeremiah 16:6Groot en klein zal sterven in dit land! Men zal ze begraven noch betreuren, Zich niet voor hen kerven, zich de haren niet scheren;
Ezekiel 7:18Ze slaan het treurgewaad om, en de angst bedekt ze; de schaamte staat op hun gelaat te lezen, alle hoofden zijn kaal.