The Bible Software
bible.software › Leviticus › Leviticus 19 › Leviticus 19:34

Leviticus 19:34

Als uw eigen landgenoot moet u de vreemdeling zijn, die bij u woont, en gij zult hem beminnen als uzelf; want ook gij zijt vreemdeling in Egypte geweest. Ik ben Jahweh, uw God!

De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939

In The King James Version

But the stranger that dwelleth with you shall be unto you as one born among you, and thou shalt love him as thyself; for ye were strangers in the land of Egypt: I am the LORD your God.

In Context

33Wanneer een vreemdeling bij u in het land woont, moogt ge hem niet verdrukken.

35Weest niet oneerlijk bij de rechtspraak; niet oneerlijk in el, gewicht en maat.

Read all of Leviticus 19

Cross References

Exodus 12:49dit geldt zowel voor den ingezetene, als voor den vreemdeling, die in uw midden woont.

Leviticus 19:18Neem geen wraak en blijf ook geen wraak koesteren tegen de zonen van uw volk, maar bemin uw naaste gelijk uzelf. Ik ben Jahweh!

Deuteronomy 23:8De zonen, die hun worden geboren, mogen in het derde geslacht tot de gemeente van Jahweh worden toegelaten.

Ezekiel 47:22Ge moet het als bezit toewijzen aan u zelf, en aan de vreemdelingen die onder u verblijven en die kinderen onder u verwekt hebben. Ge moet ze beschouwen als geboren Israëlieten, en ze zullen onder Israëls stammen een erfdeel toegewezen krijgen;

This Verse In Other Editions

King James VersionBíblia Portuguesa MundialLuther Bibel (Deutsch)Bible Louis Segond (Français)Библия (Русский)新标点和合本성경 (한국어)الكتاب المقدس باللغة العربية، فان دايكBibbia Diodati (Italiano)Kinh Thánh (Tiếng Việt)Biblia Cornilescu (Română)Polish Biblia Gdanska (1881)Statenvertaling (Nederlands)

Study Leviticus 19:34

Matthew HenryJamieson-Fausset-BrownAdam ClarkeJohn WesleyJohn CalvinKeil and DelitzschScofieldFamily Bible NotesGeneva Bible Notes (1599)
← Leviticus 19:33Leviticus 19Leviticus 19:35 →