Leviticus 22:20
Ge moogt niets offeren, wat enig gebrek heeft; want het zou u niet ten goede komen.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
But whatsoever hath a blemish, that shall ye not offer: for it shall not be acceptable for you.
In Context
Cross References
Leviticus 22:25maar ze ook niet van vreemden kopen, om ze uw God als spijs te offeren. Want ze zijn verminkt, en hebben een gebrek; ze zouden u niet ten goede komen.
Deuteronomy 17:1Gij moogt Jahweh, uw God, geen rund of schaap offeren, dat een gebrek heeft, of waaraan iets scheelt, want dit is een gruwel voor Jahweh, uw God.
Malachi 1:13Gij zegt: Wat een last; en gij trekt er uw neus voor op, zegt Jahweh der heirscharen! Of gij offert iets wat gestolen is, of wat kreupel of ziek is; en zou Ik dat van u aanvaarden, spreekt Jahweh?
1 Peter 1:19maar door het kostbaar Bloed van Christus, als van een Lam zonder vlek of gebrek.