bible.software › Leviticus › Leviticus 22 › Leviticus 22:24
Leviticus 22:24
Een dier, dat door wrijven, pletten, uitrukken of snijden ontmand is, moogt ge niet aan Jahweh offeren. In uw eigen land moogt ge ze zo niet behandelen,
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
Ye shall not offer unto the LORD that which is bruised, or crushed, or broken, or cut; neither shall ye make any offering thereof in your land.
In Context
23Een rund of een schaap, dat vergroeid of verschrompeld is, moogt ge als vrijwillige gave brengen; maar als gelofteoffer zou het niet welgevallig zijn.
25maar ze ook niet van vreemden kopen, om ze uw God als spijs te offeren. Want ze zijn verminkt, en hebben een gebrek; ze zouden u niet ten goede komen.
Read all of Leviticus 22
Cross References
Leviticus 22:20Ge moogt niets offeren, wat enig gebrek heeft; want het zou u niet ten goede komen.
This Verse In Other Editions
Study Leviticus 22:24