Leviticus 23:29
Iedereen, die op die dag geen boete doet, zal van zijn volk worden afgesneden.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
30Iedereen, die op die dag enige arbeid verricht, zal Ik uit zijn volk verdelgen;
Cross References
Exodus 30:33Iedereen dus, die een soortgelijk mengsel bereidt of het aan een leek durft geven, zal van zijn volk worden afgesneden.
Leviticus 7:21Eveneens zal iedereen, die iets onreins heeft aangeraakt, iets onreins van een mens of onrein vee of welk onrein gedierte ook, en die toch van het vlees van het vredeoffer van Jahweh eet, van zijn volk worden afgesneden.
Leviticus 23:32Het moet een grote sabbat voor u zijn, waarop ge boete moet doen; van de avond van de negende dag der maand tot de volgende avond moet ge uw rustdag vieren.
Isaiah 22:12De Heer, Jahweh der heirscharen, Spoorde u aan op die dag, Te wenen, te zuchten, U kaal te scheren en het rouwkleed te dragen!
Ezekiel 7:16En als er van hen ontsnappen en naar de bergen vluchten als kirrende duiven, dan zal de dood hen allen om hun schuld achterhalen.