Leviticus 26:13
Ik ben Jahweh, uw God, die u uit Egypte heb geleid, zodat ge niet langer hun slaven waart; Ik heb de bomen van uw juk verbroken en u weer recht overeind laten gaan.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
12en vertrouwelijk met u omgaan. Ik zal uw God, en gij zult mijn volk zijn.
14Maar wanneer ge niet naar Mij luistert en al deze geboden niet onderhoudt,
Cross References
Exodus 14:8Want Jahweh had het hart van Farao, den koning van Egypte, verhard, zodat hij de Israëlieten achtervolgde, ofschoon de kinderen Israëls waren vertrokken onder de schutse van een machtige hand.
Leviticus 25:38Ik ben Jahweh, uw God, die u uit Egypte heb geleid, om u het land Kanaän te geven, en uw God te zijn.
Leviticus 25:55Want de kinderen Israëls zijn mijn dienaren; mijn slaven zijn het, die Ik uit het land van Egypte heb geleid. Ik ben Jahweh, uw God!
Psalms 116:16Ach Jahweh, ik ben maar uw knecht, de zoon van uw dienstmaagd, Toch hebt Gij mijn boeien verbroken:
Isaiah 51:23Ik plaats hem in de handen van uw verdrukkers, In de handen van uw tyrannen, Die tot u zeggen: Buk u neer, Opdat wij over u heen kunnen lopen; Maak uw rug tot een bodem, Tot een straat om te wandelen.
Jeremiah 28:2Zo spreekt Jahweh der heirscharen, Israëls God! Ik breek het juk van den koning van Babel!