Leviticus 7:18
Wanneer op de derde dag nog van het vlees van het vredeoffer wordt gegeten, komt het hem, die het heeft gebracht, niet ten goede, en wordt het hem niet toegerekend; integendeel dan is het onrein, en iedereen, die ervan eet, belaadt zich met schuld.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
17wat op de derde dag nog over is van het offervlees, moet in het vuur worden verbrand.
Cross References
Leviticus 5:17Wanneer iemand onbewust zondigt, en iets doet, wat Jahweh verboden heeft, is hij toch schuldig en moet hij zijn straf dragen.
Leviticus 10:19Aäron gaf Moses ten antwoord: Zie, ze hebben vandaag hun zonde(-) en brandoffers voor Jahweh gebracht, terwijl ik zo zwaar getroffen ben. Als ik heden van een zondeoffer had gegeten, zou dat Jahweh wel hebben behaagd?
Leviticus 11:41Alle ongedierte, dat over de grond scharrelt, is een gruwel; het mag niet worden gegeten.
Leviticus 19:5Wanneer gij Jahweh een vredeoffer brengt, doet het dan zo, dat het u ten goede komt.
Leviticus 20:17Wanneer iemand zijn zuster neemt, de dochter van zijn vader of die van zijn moeder, en zij gemeenschap met elkaar houden, dan is dat bloedschande, en zij moeten voor de ogen van hun volksgenoten worden uitgeroeid; zo hij gemeenschap met zijn zuster heeft gehad, moet hij zijn schuld boeten.
Leviticus 22:16om geen zondeschuld op zich te laden, als men van hun heilige gaven eet. Want Ik, Jahweh, heb ze geheiligd!