Lukas 10:29
Maar daar hij de schijn wilde redden, sprak hij tot Jesus: En wie is mijn naaste?
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
But he, willing to justify himself, said unto Jesus, And who is my neighbour?
In Context
28Hij zei hem: Ge hebt goed geantwoord; doe dit en ge zult leven.
Cross References
Job 32:2ontbrandde de toorn van Elihoe den zoon van Barakel, den Boeziet, uit het geslacht van Ram. Tegen Job ontbrandde zijn toorn, omdat hij zich tegenover God in het gelijk had gesteld;
Luke 10:36Wat dunkt u; wie van de drie is de naaste geweest van hem, die in de handen der rovers viel?
Luke 18:9Nog sprak Hij deze gelijkenis tegen hen, die van eigen gerechtigheid overtuigd zijn, en anderen verachten.
Romans 10:3Want daar ze de gerechtigheid Gods niet hebben begrepen, en een eigen gerechtigheid tot stand wilden brengen, hebben ze zich niet onderworpen aan de gerechtigheid Gods.
James 2:24Ge ziet: uit wèrken wordt de mens gerechtvaardigd, en niet uit geloof alleen.