Lukas 14:13
Maar als ge een maaltijd houdt, nodig dan armen, gebrekkigen, kreupelen, blinden.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
But when thou makest a feast, call the poor, the maimed, the lame, the blind:
In Context
Cross References
Deuteronomy 16:11Dan moet ge met uw zoon en uw dochter, uw knecht en uw dienstmaagd, met den leviet, die binnen uw poorten woont, met den vreemdeling, den wees en de weduwe, die in uw midden wonen, vrolijk zijn voor het aanschijn van Jahweh, uw God, op de plaats, die Jahweh, uw God, zal uitverkiezen, om er zijn Naam te vestigen.
Deuteronomy 26:12Wanneer gij in het derde jaar, het jaar van de tienden, de hele tiende van uw opbrengst hebt afgeleverd, en ze den leviet, den vreemdeling, den wees en de weduwe hebt gegeven, om ze in uw woonplaats te eten en zich te verzadigen,
2 Chronicles 30:24Want koning Ezekias van Juda had aan het vergaderde volk duizend stieren en zevenduizend schapen geschonken, en de voormannen duizend stieren en tienduizend schapen. En daar de priesters zich nu ook in groten getale hadden geheiligd,
Nehemiah 8:12Toen ging heel de menigte heen, om te eten en te drinken, om geschenken te zenden en uitbundige vreugde te tonen. Want ze hadden begrepen, wat men hun te verstaan had gegeven.
Job 29:15Ik was de ogen voor blinden, De voeten voor kreupelen;
Proverbs 3:9Eer Jahweh met heel uw bezit, Met het beste van al uw inkomsten: