Lukas 18:1
Hij zeide hun nog een gelijkenis over de noodzakelijkheid, om altijd te bidden, en nooit de moed te verliezen.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
And he spake a parable unto them to this end, that men ought always to pray, and not to faint;
In Context
2Hij sprak: In zekere stad was een rechter, die God niet vreesde, en zich aan de mensen niet stoorde.
Cross References
Genesis 32:24Jakob zelf bleef alleen achter, en een man worstelde met hem tot het morgenrood rees.
Job 27:8Wat hoopt de boze, als hij bidt, Als hij zijn ziel tot de Godheid verheft?
Psalms 55:16Maar ìk roep tot God, En Jahweh komt mij te hulp.
Psalms 86:3Ontferm U mijner, o Heer; Want ik roep tot U de ganse dag.
Psalms 142:5Daarom roep ik tot U, Ach Jahweh, en bid ik tot U; Gij zijt mijn toevlucht, Mijn erfdeel in het land van de levenden.
Jonah 2:7Toen mijn ziel in mij versmachtte, Dacht ik aan Jahweh; En mijn gebed drong tot U door, In uw heilige tempel.