Lukas 3:14
Ook soldaten ondervroegen hem, en zeiden: En wij, wat moeten wij doen? Hij zei hun: Doet niemand overlast aan, maakt u niet aan afpersing schuldig, en weest tevreden met uw soldij.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
13Hij zei hun: Vordert niet meer, dan wat is vastgesteld.
Cross References
Exodus 23:1Ge moogt geen vals gerucht rondstrooien. Ge moogt hem, die ongelijk heeft, geen hulp verlenen door valse getuigenis.
Matthew 8:5Toen Hij nu binnen Kafárnaum kwam, trad een honderdman op Hem toe met de bede:
Acts 10:7Zodra de engel, die tot hem sprak, zich had verwijderd, ontbood hij twee van zijn dienaars en een vroom soldaat uit zijn oppassers;
Philippians 2:15opdat gij onberispelijk moogt zijn en ongerept, vlekkeloze kinderen van God temidden van een krom en verdraaid geslacht, waaronder gij schittert als sterren in het heelal.
1 Timothy 6:8Hebben we dus voedsel en kleding, dan moeten we daarmee ook tevreden zijn.
Hebrews 13:5Weest niet hebzuchtig van aard, en stelt u tevreden met wat ge bezit; want Hij heeft gezegd: Ik zal u niet begeven,