Lukas 9:20
Hij zeide hun: Maar gij, wie zegt gij, dat Ik ben? Petrus antwoordde: De Christus van God.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
He said unto them, But whom say ye that I am? Peter answering said, The Christ of God.
In Context
21En Hij verbood hun ten strengste, dit aan iemand te zeggen.
Cross References
Matthew 5:47En zo gij alleen uw broeders groet, wat bijzonders doet gij dan wel? Doen dat ook de heidenen niet?
Matthew 22:42Wat dunkt u van den Christus? Wiens zoon is Hij? Ze zeiden: Van David.
Mark 8:29Nu vroeg Hij hun: Maar gij, wie zegt gij, dat Ik ben? Petrus antwoordde Hem: Gij zijt de Christus.
Luke 22:67Hij sprak tot hen: Wanneer Ik u iets zeg, gelooft gij het niet;
John 1:49Natánaël antwoordde Hem: Rabbi, Gij zijt de Zoon van God; Gij zijt de Koning van Israël.
John 4:42en ze zeiden tot de vrouw: Nu geloven we niet meer op uw zeggen; want we hebben het zelf gehoord, en we weten, dat deze waarachtig de Verlosser der wereld is.