Markus 3:16
Deze twaalf stelde Hij aan: Simon, dien Hij de bijnaam Petrus gaf;
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
15met de macht om duivels uit te drijven.
Cross References
Matthew 16:16Simon Petrus antwoordde: Gij zijt de Christus, de Zoon van den levenden God!
Luke 6:14Simon, dien Hij ook Petrus noemde, en Andreas, zijn broer; Jakobus en Johannes; Filippus en Bartolomeüs;
Acts 1:13En in de stad gekomen, gingen ze naar de opperzaal, waar ze gewoonlijk vertoefden: Petrus namelijk en Johannes, Jakobus en Andreas, Filippus en Tomas, Bartolomeus en Matteus, Jakobus van Alfeus en Simon de Ijveraar, en Judas, de broer van Jakobus.
1 Corinthians 3:22Paulus, Apollo, Kefas, wereld, leven, dood, heden, toekomst. Alles is het uwe;
Galatians 2:7Integendeel, toen ze gezien hadden, dat aan mij de prediking onder de onbesnedenen was toevertrouwd, zoals aan Petrus die onder de besnedenen,