Markus 8:6
Toen beval Hij de schare, zich neer te zetten op de grond. Hij nam de zeven broden, sprak een dankzegging uit, brak ze, en gaf ze aan zijn leerlingen, om ze hun aan te bieden. En ze reikten ze uit aan het volk.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
5Hij vroeg hun: Hoeveel broden hebt gij? Ze zeiden: Zeven.
7Ook hadden ze enkele visjes; Hij sprak er de zegen over uit, en beval ook deze aan te bieden.
Cross References
1 Samuel 9:13Als gij nu naar de stad gaat, kunt gij hem nog treffen, voordat hij de hoogte beklimt om te eten. Want het volk kan niet beginnen, voordat hij komt; hij moet immers het offer zegenen, dan pas kunnen de gasten eten. Gaat dus naar boven, dan zult gij hem nog juist kunnen treffen.
Matthew 15:35Toen beval Hij het volk, op de grond te gaan zitten.
Mark 6:39Nu gebood Hij hun, ze allen in groepen neer te zetten op het groene gras.
Luke 12:37Gelukkig de knechten, die de heer bij zijn komst wakker zal vinden. Voorwaar, Ik zeg u: Hij zal zich omgorden, hen aan tafel doen aanzitten, en hen de rij langs bedienen.
John 2:5Zijn moeder sprak tot de bedienden: Doet wat Hij u zeggen zal.
John 6:23Intussen kwamen er van Tibérias andere boten dicht bij de plaats, waar men het brood had gegeten, na het dankgebed des Heren.