Mattheüs 14:33
Nu wierpen zij, die in het vaartuig waren, zich voor Hem neer, en zeiden: Waarachtig, Gij zijt de Zoon van God.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
Then they that were in the ship came and worshipped him, saying, Of a truth thou art the Son of God.
In Context
32En toen zij in de boot waren geklommen, bedaarde de wind.
34Toen zij de overkant hadden bereikt, gingen zij naar het land van Gennézaret.
Cross References
Psalms 2:7Nu wil Ik Jahweh’s beslissing verkonden; Hij heeft Mij gezegd: Gij zijt mijn Zoon; Ik heb U heden verwekt.
Matthew 4:3De bekoorder naderde Hem, en zeide: Indien Gij Gods Zoon zijt, zeg dan, dat deze stenen brood moeten worden.
Matthew 16:16Simon Petrus antwoordde: Gij zijt de Christus, de Zoon van den levenden God!
Matthew 26:63Maar Jesus zweeg. Nu sprak de hogepriester tot Hem: Ik bezweer U bij den levenden God, dat Gij ons zegt, of Gij de Christus zijt, de Zoon van God.
Matthew 27:54Toen nu de honderdman, en die met hem Jesus bewaakten, de aardbeving met wat er verder gebeurde bemerkten, verschrokken ze hevig en zeiden: Ja, waarachtig, Hij was Gods Zoon.
Matthew 28:17En toen ze Hem zagen, aanbaden ze Hem, ofschoon ze eerst hadden getwijfeld.