Mattheüs 15:11
Niet wat de mond ingaat, bezoedelt den mens; maar wat de mond uitkomt, dat bezoedelt den mens.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
10En nadat Hij het volk tot Zich had geroepen, sprak Hij tot hen: Hoort en verstaat.
Cross References
Psalms 10:7Zijn mond zit vol bedrog en geweld, Verderf en onheil kleven aan zijn tong.
Psalms 52:2Broedt gij voortdurend op onheil, Is uw tong als een vlijmscherp, verraderlijk mes?
Isaiah 37:23Wien hebt ge gehoond en beschimpt, Tegen wien een hogen toon aangeslagen, En uw trotse blikken geheven? Israëls Heilige!
Isaiah 59:13Het is altijd: Jahweh verzaken, verloochenen, Ontrouw worden aan onzen God, Verzet en overtreding preken, Zwanger van leugentaal gaan, en die uit het binnenste stoten.
Matthew 12:34Adderenbroed, hoe zoudt gij iets goeds kunnen zeggen, terwijl gij slecht zijt? Want de mond spreekt waar het hart van overvloeit.
Mark 7:15Niets kan den mens verontreinigen, wat van buitenaf in hem binnenkomt; maar wat er uitgaat van den mens, dat verontreinigt den mens.