Mattheüs 21:44
En wie valt op deze steen, zal worden verbrijzeld; en op wien hij valt, dien zal hij verpletteren.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
Cross References
Psalms 2:9Gij moogt ze vermorzelen met ijzeren knots, En stuk slaan als een aarden pot.
Psalms 21:8Uw hand zal al uw vijanden treffen, Uw rechterhand al die u haten;
Isaiah 8:14Hij is het, die dreigt; de steen, waaraan men zich stoot; Voor de beide huizen van Israël De rots, waarover men struikelt, Het net en de strik voor Jerusalems burgers.
Zechariah 12:3Op die dag maak Ik Jerusalem tot een stenen halter voor alle volken; allen die hem optillen, zullen er zich aan verbeuren, al spannen alle naties der aarde tezamen er hun krachten voor in.
Matthew 27:25Heel het volk antwoordde: Zijn bloed kome over ons en over onze kinderen.