Mattheüs 25:42
Want Ik was hongerig, en gij hebt Mij niet te eten gegeven; dorstig, en gij hebt Mij niet te drinken gegeven.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
For I was an hungred, and ye gave me no meat: I was thirsty, and ye gave me no drink:
In Context
Cross References
Matthew 10:37Wie zijn vader of moeder meer bemint dan Mij, is Mijner niet waardig; wie zijn zoon of dochter meer bemint dan Mij, is Mijner niet waardig.
Matthew 25:35Want Ik was hongerig, en gij hebt Mij te eten gegeven; Ik was dorstig, en gij hebt Mij te drinken gegeven. Ik was vreemdeling, en gij naamt Mij op.
John 8:42Jesus sprak tot hen: Zo God uw Vader was, dan zoudt gij Mij beminnen. Want van God ben Ik uitgegaan en gekomen; niet uit Mijzelf toch ben Ik gekomen, maar Hij heeft Mij gezonden.
1 Corinthians 16:22Zo iemand den Heer niet liefheeft, hij zij vervloekt. “Marán-Atá”.
James 2:15Wanneer een broeder of zuster naakt zou zijn en van het dagelijks voedsel beroofd,
1 John 4:20Zo iemand zegt: “Ik heb God lief,” maar toch zijn broeder haat, hij is een leugenaar; wie immers zijn broeder, dien hij gezien heeft, niet bemint, kan God niet beminnen, dien hij niet heeft gezien.