Mattheüs 26:67
Toen spuwden ze Hem in het gelaat, en gaven Hem vuistslagen; anderen sloegen Hem in het aangezicht,
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
66Wat dunkt u? En ze antwoordden: Hij is des doods schuldig.
68en zeiden: Profeteer ons Christus: wie heeft U geslagen?
Cross References
Deuteronomy 25:9dan moet zijn schoonzuster in tegenwoordigheid van de oudsten op hem toetreden, hem de schoen van zijn voet trekken, in het gezicht spuwen, en zeggen: “Zo doet men den man, die het huis van zijn broeder niet opbouwt”.
Job 30:9En thans ben ik hun spotlied geworden, En de stof voor hun praat.
Isaiah 50:6Mijn rug bied Ik hun, die Mij slaan, Mijn wangen, die Mij de baard uitrukken; Ik houd mijn gelaat niet verborgen Voor smaad en bespuwing.
Isaiah 53:3Veracht, en door de mensen verstoten, Man van smarten, met lijden bezocht: Voor wien wij ons het gelaat bedekken, Dien wij versmaden en verachten.
Lamentations 3:30Zijn wangen bieden aan hem, die hem slaat, Verzadigd worden met smaad.
Micah 5:1Nu wordt ge beroofd, gij roversdochter En werpen ze een wal tegen ons op; Nu slaan ze nog met de roede Israëls heerser op de wang