Mattheüs 27:29
ze vlochten een kroon van doornen, zetten die op zijn hoofd, en gaven Hem een rietstok in de rechterhand; ze knielden voor Hem neer, bespotten Hem, en zeiden: Wees gegroet, Koning der Joden.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
28Ze trokken Hem de kleren uit, en hingen Hem een scharlaken mantel om;
30Ze bespuwden Hem, namen de rietstok, en sloegen Hem op het hoofd.
Cross References
Psalms 69:7Neen, om Uwentwil moet ik schande verduren, En bedekt het schaamrood mijn gelaat!
Isaiah 49:7Zo spreekt Jahweh, Israëls Heilige en Verlosser, Tot Hem, die door het volk wordt veracht en verfoeid, Tot den slaaf der tyrannen! Koningen rijzen omhoog, wanneer ze U zien, En vorsten werpen zich neer; Omdat Jahweh getrouw is, Israëls Heilige U uitverkoos!
Jeremiah 20:7Jahweh, Gij hebt mij verlokt, en ik liet mij verlokken; Gij waart mij te sterk, Gij hebt overwonnen: De hele dag word ik uitgelachen, Iedereen hoont mij.
Matthew 26:49Haastig liep hij op Jesus toe, en sprak: Wees gegroet, Rabbi. En hij kuste Hem.
Mark 15:18Toen gingen ze Hem huldigen: Wees gegroet, Koning der Joden!
John 19:2En de soldaten vlochten een kroon van doornen, en zetten ze Hem op het hoofd; ze wierpen Hem een purperen mantel om,