Mattheüs 27:30
Ze bespuwden Hem, namen de rietstok, en sloegen Hem op het hoofd.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
And they spit upon him, and took the reed, and smote him on the head.
In Context
Cross References
Job 30:8Die als een dwaas en naamloos broed Weggezweept zijn uit het land.
Isaiah 50:6Mijn rug bied Ik hun, die Mij slaan, Mijn wangen, die Mij de baard uitrukken; Ik houd mijn gelaat niet verborgen Voor smaad en bespuwing.
Isaiah 53:3Veracht, en door de mensen verstoten, Man van smarten, met lijden bezocht: Voor wien wij ons het gelaat bedekken, Dien wij versmaden en verachten.
Micah 5:1Nu wordt ge beroofd, gij roversdochter En werpen ze een wal tegen ons op; Nu slaan ze nog met de roede Israëls heerser op de wang
Mark 15:19Dan sloegen ze Hem met een rietstok op het hoofd, bespuwden Hem, wierpen zich op de knieën, en brachten Hem hulde.