The Bible Software
bible.software › Mattheüs › Mattheüs 4 › Mattheüs 4:10

Mattheüs 4:10

Toen sprak Jesus: Ga heen, satan; want er staat geschreven: “Gij zult den Heer uw God aanbidden, en Hem alleen dienen”.

De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939

In The King James Version

Then saith Jesus unto him, Get thee hence, Satan: for it is written, Thou shalt worship the Lord thy God, and him only shalt thou serve.

In Context

9En hij zeide: Dit alles zal ik U geven, zo Gij neervalt en mij aanbidt.

11Toen verliet Hem de duivel, en zie, de engelen naderden, en dienden Hem.

Read all of Mattheüs 4

Cross References

Deuteronomy 6:13Jahweh, uw God, moet ge vrezen, Hem moet ge dienen, bij zijn Naam alleen moogt ge zweren.

Joshua 24:14Welnu, vreest dan Jahweh en dient Hem oprecht en getrouw; doet de goden weg, die uw vaderen aan de overkant der Rivier en in Egypte hebben gediend, en dient Jahweh.

1 Chronicles 21:1Eens stond er een tegenstander tegen Israël op, die David aanspoorde, een volkstelling te houden in Israël.

Job 1:12Daarop sprak Jahweh tot satan: Ge moogt doen wat ge wilt met heel zijn bezit; maar hemzelf raakt ge met de hand niet aan! Zo ging satan van Jahweh heen.

Psalms 109:6Stel een gewetenloos rechter over hem aan, En aan zijn rechterhand trede een valse aanklager op;

Matthew 16:23Maar Hij keerde zich om, en zei tot Petrus: Ga weg van Mij, satan; ge zijt Mij een ergernis. Want ge zijt niet bedacht op wat God wil, maar slechts op wat de mensen willen.

This Verse In Other Editions

King James VersionBíblia Portuguesa MundialLuther Bibel (Deutsch)Bible Louis Segond (Français)Библия (Русский)新标点和合本성경 (한국어)聖書 (日本語)الكتاب المقدس باللغة العربية، فان دايكBiblia TakatifuBibbia Diodati (Italiano)Kinh Thánh (Tiếng Việt)Biblia Cornilescu (Română)

Study Mattheüs 4:10

Matthew HenryJamieson-Fausset-BrownAdam ClarkeAlbert BarnesJohn WesleyJohn CalvinScofieldWilliam BurkittFamily Bible NotesThe Fourfold GospelJohn LightfootGeneva Bible Notes (1599)Robertson's Word Pictures
← Mattheüs 4:9Mattheüs 4Mattheüs 4:11 →