The Bible Software
bible.software › Mattheüs › Mattheüs 4 › Mattheüs 4:5

Mattheüs 4:5

Toen voerde de duivel Hem naar de heilige stad, plaatste Hem op het dakterras van de tempel,

De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939

In The King James Version

Then the devil taketh him up into the holy city, and setteth him on a pinnacle of the temple,

In Context

4Maar Hij antwoordde: Niet van brood alleen leeft de mens, doch van ieder woord, dat komt uit de mond van God.

6en zeide: Indien Gij Gods Zoon zijt, werp U dan naar beneden. Want er staat geschreven: “Zijn engelen zal Hij over u bevelen, en zij zullen u op de handen dragen, opdat ge aan geen steen uw voet zoudt stoten”.

Read all of Mattheüs 4

Cross References

2 Chronicles 3:4De voorhal, voor het Heilige, was twintig el lang, dus even lang als de tempel breed was; hij bekleedde hem van binnen met zuiver goud.

Nehemiah 11:18In het geheel telden de levieten in de heilige stad tweehonderd vier en tachtig man.

Isaiah 52:1Ontwaak, ontwaak! Sion, bekleed u met kracht, Jerusalem, heilige stad, trek uw feestgewaad aan; Want nooit meer treedt bij u binnen Onbesnedene of onreine!

Luke 4:9Nu voerde hij Hem naar Jerusalem en plaatste Hem op het dakterras van de tempel. En hij zei Hem: Indien Gij Gods Zoon zijt, werp U dan van hier naar beneden.

Revelation 11:2Maar de buitenste voorhof van de tempel laat ge liggen; ge moet hem niet meten; want hij is overgeleverd aan de heidenen. Die zullen ook de heilige stad vertrappen, twee en veertig maanden lang.

This Verse In Other Editions

King James VersionBíblia Portuguesa MundialLuther Bibel (Deutsch)Bible Louis Segond (Français)Библия (Русский)新标点和合本성경 (한국어)聖書 (日本語)الكتاب المقدس باللغة العربية، فان دايكBiblia TakatifuBibbia Diodati (Italiano)Kinh Thánh (Tiếng Việt)Biblia Cornilescu (Română)

Study Mattheüs 4:5

Matthew HenryJamieson-Fausset-BrownAdam ClarkeAlbert BarnesJohn WesleyJohn CalvinScofieldWilliam BurkittFamily Bible NotesThe Fourfold GospelJohn LightfootGeneva Bible Notes (1599)Robertson's Word Pictures
← Mattheüs 4:4Mattheüs 4Mattheüs 4:6 →