Mattheüs 9:28
En toen Hij thuis was gekomen, kwamen de blinden naar Hem toe, en Jesus sprak tot hen: Gelooft gij, dat Ik het doen kan? Ze zeiden: Ja, Heer.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
29Nu raakte Hij hun ogen aan, en sprak: U geschiede naar uw geloof.
Cross References
Matthew 8:2En zie, een melaatse trad op Hem toe, wierp zich voor Hem neer, en zeide: Heer, zo Gij wilt, kunt Gij me reinigen.
Matthew 9:22Jesus keerde Zich om, zag haar, en sprak: Wees welgemoed, mijn dochter; uw geloof heeft u gered. Van dat ogenblik af was de vrouw genezen.
Matthew 13:58En om hun ongeloof deed Hij er maar weinig wonderen.
John 4:48Maar Jesus sprak tot hem: Zo gij geen tekenen en wonderen ziet, gelooft gij niet.
John 11:40Jesus sprak tot haar: Heb Ik u niet gezegd: Wanneer ge gelooft, zult ge Gods heerlijkheid zien?