bible.software › Nehemia › Nehemia 11 › Nehemia 11:5
Nehemia 11:5
Vervolgens Maäseja, de zoon van Baroek, zoon van Kol-Choze, zoon van Chazaja, zoon van Adaja, zoon van Jojarib, zoon van Zekarja, zoon van den Sjeloniet.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
And Maaseiah the son of Baruch, the son of Col-hozeh, the son of Hazaiah, the son of Adaiah, the son of Joiarib, the son of Zechariah, the son of Shiloni.
In Context
4terwijl die van de Judeërs en Benjamieten zich in Jerusalem vestigden. Van de Judeërs: Ataja, de zoon van Oezzi-ja, zoon van Zekarja, zoon van Amarja, zoon van Sjefatja, zoon van Mahalalel, uit de zonen van Fáres.
6De zonen van Fáres, die in Jerusalem woonden, telden tezamen vierhonderd acht en zestig weerbare mannen.
Read all of Nehemia 11
Cross References
Numbers 26:20De geslachten van de Judeërs waren: het geslacht der Sjelanieten van Sjela; het geslacht der Farsieten van Fares; het geslacht der Zarieten van Zara.
1 Chronicles 9:5Verder enige afstammelingen van Sjilo: namelijk Asaja de oudste, met zijn zonen.
This Verse In Other Editions
Study Nehemia 11:5