Nehemia 12:8
Dit waren de levieten: Jesjóea, Binnoej, Kadmiël, Sjerebeja, Jehoeda en Mattanja, die met zijn broeders de leiding had bij het lofgezang.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
9Verder Bakboekja en Oenni met hun broers, die bij de gezangen tegenover hen stonden.
Cross References
1 Chronicles 9:33Dit waren dus de zangers, familiehoofden der levieten, die in de cellen geen dienst behoefden te doen, omdat ze elders dag en nacht bezig waren.
Nehemiah 7:43De levieten: de zonen van Jesjóea, Kadmiël en Hodeja telden vier en zeventig man.
Nehemiah 9:4Op de verhoging der levieten stonden Jesjóea, Bani, Kadmiël, Sjebanja, Boenni, Sjerebeja, Bani en Kenáni, en smeekten met luider stem tot Jahweh, hun God.
Nehemiah 10:10met hun broeders Sjebanja, Hodi-ja, Kelita, Pelaja, Chanan,
Nehemiah 11:22Het hoofd der levieten te Jerusalem was Oezzi, de zoon van Bani, de zoon van Chasjabja, zoon van Mattanja, zoon van Mika; hij behoorde tot de zonen van Asaf, de zangers bij de dienst in de tempel.