Nehemia 7:11
de zonen van Pachat-Moab, de zonen namelijk van Jesjóea en Joab, acht en twintighonderd en achttien;
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
10de zonen van Arach, zeshonderd twee en vijftig;
12de zonen van Elam, twaalfhonderd vier en vijftig;
Cross References
Ezra 2:6de zonen van Páchat-Moab, de zonen namelijk van Jesjóea en Joab, acht en twintighonderd en twaalf;
Nehemiah 8:4Esdras, de schriftgeleerde, had een houten verhoging beklommen, die voor deze gelegenheid was opgeslagen. Rechts van hem stonden Mattitja, Sjéma, Anaja, Azarja, Oeri-ja, Chilki-ja en Maäseja; links Pedaja, Misjaël, Malki-ja, Chasjoem, Chasjbaddána, Zekarja en Mesjoellam.