Nehemia 7:39
De priesters: de zonen van Jedaja, uit het geslacht van Jesjóea, telden negenhonderd drie en zeventig man;
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
The priests: the children of Jedaiah, of the house of Jeshua, nine hundred seventy and three.
In Context
38de zonen van Senaä, negen en dertighonderd dertig.
40de zonen van Immer, duizend twee en vijftig;
Cross References
1 Chronicles 24:11het negende op Jesjóea, het tiende op Sjekanjáhoe,
Nehemiah 11:3Dit zijn de hoofden van de provincie, die zich in Jerusalem vestigden. De hoofden van Israël, van de priesters, levieten, tempelknechten en zonen van Salomons slaven gingen ook in de steden van Juda wonen, iedereen op zijn eigen erfdeel in die steden,