The Bible Software
bible.software › Filippenzen › Filippenzen 1 › Filippenzen 1:9

Filippenzen 1:9

En ik bid, dat uw liefde steeds meer moge winnen aan kennis en zedelijk inzicht,

De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939

In The King James Version

And this I pray, that your love may abound yet more and more in knowledge and in all judgment;

In Context

8God is mijn getuige, hoe ik met de hartelijke liefde van Christus Jesus naar u allen verlang.

10om scherp het goed van het kwaad te onderscheiden; en dat gij op de Dag van Christus rein en onberispelijk moogt zijn,

Read all of Filippenzen 1

Cross References

Proverbs 4:18Maar de weg der deugdzamen is als het morgenlicht, Dat gaandeweg opklaart, tot het dag is geworden.

1 Corinthians 14:20Broeders, weest geen kinderen in uw oordeel, maar weest onmondig in het kwaad en rijp in uw oordeel.

Ephesians 5:17Weest daarom niet onverstandig, maar tracht de wil des Heren te verstaan.

Colossians 1:9Sinds we dit vernomen hebben, houden we dan ook niet op, voor u te bidden en te smeken: dat gij, in het bezit van allerlei wijsheid en geestelijk inzicht, tot de volledige kennis van zijn wil moogt geraken;

1 Thessalonians 3:12moge de Heer ú echter vervullen en doen overvloeien van liefde tot elkander en tot iedereen, zoals wij ze hebben tot u.

1 Thessalonians 4:9Over de broederliefde is het niet nodig, u te schrijven. Want zelf hebt gij van God geleerd, elkander lief te hebben; en gij doet het ook tegenover alle broeders in heel Macedonië.

This Verse In Other Editions

King James VersionBíblia Portuguesa MundialLuther Bibel (Deutsch)Bible Louis Segond (Français)Библия (Русский)新标点和合本성경 (한국어)聖書 (日本語)الكتاب المقدس باللغة العربية، فان دايكBibbia Diodati (Italiano)Kinh Thánh (Tiếng Việt)Biblia Cornilescu (Română)Polish Biblia Gdanska (1881)

Study Filippenzen 1:9

Matthew HenryJamieson-Fausset-BrownAdam ClarkeAlbert BarnesJohn WesleyJohn CalvinScofieldWilliam BurkittFamily Bible NotesGeneva Bible Notes (1599)Robertson's Word Pictures
← Filippenzen 1:8Filippenzen 1Filippenzen 1:10 →