The Bible Software
bible.software › Filippenzen › Filippenzen 2 › Filippenzen 2:10

Filippenzen 2:10

opdat in de Naam van Jesus iedere knie zich zou buigen in de hemel, op aarde en onder de aarde,

De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939

In The King James Version

That at the name of Jesus every knee should bow, of things in heaven, and things in earth, and things under the earth;

In Context

9Maar daarom dan ook heeft God Hem verheven en Hem de Naam gegeven hoog boven alle namen,

11en iedere tong zou belijden tot glorie van God den Vader, dat Jesus Christus de Heer is.

Read all of Filippenzen 2

Cross References

Genesis 41:43Daarna liet hij hem zijn eigen wagen bestijgen, de beste op een na, en men riep voor hem uit: Op de knieën! Zo stelde Farao Josef aan over heel het land van Egypte.

Matthew 12:40Want zoals Jonas drie dagen en drie nachten in de buik van het zeemonster was, zo zal ook de Mensenzoon drie dagen en drie nachten in het hart der aarde zijn.

Matthew 28:18Jesus trad op hen toe, en sprak: Mij is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde.

Romans 11:4Welnu, wat antwoordt hem de godsspraak: “Zeven duizend mannen heb Ik Mij voorbehouden, die de knie niet voor Baäl hebben gebogen.”

Ephesians 1:10voor het Bestel in de volheid der tijden: om namelijk alles wat in de hemel en op aarde is, in Christus weer samen te brengen.

Ephesians 4:9Welnu, dit “Hij is opgestegen,” wat betekent het anders, dan dat Hij ook is neergedaald naar de onderste delen der aarde.

This Verse In Other Editions

King James VersionBíblia Portuguesa MundialLuther Bibel (Deutsch)Bible Louis Segond (Français)Библия (Русский)新标点和合本성경 (한국어)聖書 (日本語)الكتاب المقدس باللغة العربية، فان دايكBibbia Diodati (Italiano)Kinh Thánh (Tiếng Việt)Biblia Cornilescu (Română)Polish Biblia Gdanska (1881)

Study Filippenzen 2:10

Matthew HenryJamieson-Fausset-BrownAdam ClarkeAlbert BarnesJohn WesleyJohn CalvinScofieldWilliam BurkittFamily Bible NotesGeneva Bible Notes (1599)Robertson's Word Pictures
← Filippenzen 2:9Filippenzen 2Filippenzen 2:11 →