Spreuken 10:9
Hij gaat veilig, die onberispelijk wandelt; Maar wie zich op dwaalwegen waagt, wordt betrapt.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
He that walketh uprightly walketh surely: but he that perverteth his ways shall be known.
In Context
8Wie wijs is van harte, neemt voorschriften aan; Wie dwaze dingen zegt, komt ten val.
10Wie een oogje toedoet, veroorzaakt droefheid; Wie vrijmoedig terechtwijst, sticht vrede.
Cross References
Genesis 17:1Toen Abram negen en negentig jaar oud was, verscheen Jahweh hem, en sprak tot hem: Ik ben God, de Almachtige: Wandel voor mijn aanschijn, en wees volmaakt!
Psalms 23:4Al moet ik door donkere krochten heen, Ik ben voor geen onheil bevreesd: Want Gij staat me bij, Uw staf en stok zijn mijn stut!
Psalms 26:11Neen, ik wandel in onschuld; Red mij dus, Jahweh, en wees mij genadig!
Proverbs 3:23Dan zult ge veilig uw weg bewandelen, En zult ge uw voeten niet stoten;
Proverbs 28:1De boze vlucht, ook al wordt hij niet vervolgd; De rechtvaardige voelt zich veilig als een leeuw.
Isaiah 33:15Maar die in gerechtigheid wandelt, niet veinst bij zijn spreken, Afgeperste winsten versmaadt, zijn handen dichtknijpt voor omkoperij; Die zijn oren stopt, om geen moordplan te horen, Zijn ogen sluit, om geen misdaad te zien: