The Bible Software
bible.software › Spreuken › Spreuken 15 › Spreuken 15:1

Spreuken 15:1

Een vriendelijk antwoord ontwapent de toorn, Een krenkend gezegde jaagt de woede op.

De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939

In The King James Version

A soft answer turneth away wrath: but grievous words stir up anger.

In Context

2De tong der wijzen druipt van wijsheid, De mond der dommen stort dwaasheid uit.

Read all of Spreuken 15

Cross References

Judges 8:3In uw handen heeft God Oreb en Zeëb, de aanvoerders der Midjanieten, geleverd. Wat heb ik dan meer kunnen doen, dan gij hebt gedaan? Toen hij zo had gesproken, bedaarde hun verstoordheid op hem.

1 Samuel 25:10Maar Nabal gaf Davids dienaars ten antwoord: Wie is die David? Wie is die zoon van Jesse? Het wemelt tegenwoordig van knechten, die van hun meester zijn weggelopen!

2 Samuel 19:43Maar Israël viel tegen de Judeërs uit: Tien delen van den koning behoren aan mij; bovendien ben ik met meer recht de eerstgeborene dan gij. Waarom hebt gij mij dan vernederd? Heb ik niet het eerst besloten, mijn koning terug te halen? Maar het antwoord van de Judeërs was nog heftiger, dan wat de Israëlieten hadden gezegd.

1 Kings 12:13gaf de koning een hard antwoord aan het volk. Want hij stoorde zich niet aan de raad, die de bejaarde mannen hem hadden gegeven;

2 Chronicles 10:7Ze zeiden hem: Wanneer gij dit volk nu terwille zijt, en het een goedgunstig antwoord geeft, zal het u voor altijd dienen.

Proverbs 10:12De haat verwekt twist, Maar de liefde bedekt alle overtredingen.

This Verse In Other Editions

King James VersionBíblia Portuguesa MundialLuther Bibel (Deutsch)Bible Louis Segond (Français)Библия (Русский)新标点和合本성경 (한국어)الكتاب المقدس باللغة العربية، فان دايكBibbia Diodati (Italiano)Kinh Thánh (Tiếng Việt)Biblia Cornilescu (Română)Polish Biblia Gdanska (1881)Statenvertaling (Nederlands)

Study Spreuken 15:1

Matthew HenryJamieson-Fausset-BrownAdam ClarkeJohn WesleyJohn CalvinKeil and DelitzschScofieldFamily Bible NotesGeneva Bible Notes (1599)
Spreuken 15Spreuken 15:2 →