Spreuken 26:3
Voor het paard een zweep, voor den ezel een toom, Voor de rug der dwazen een stok.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
A whip for the horse, a bridle for the ass, and a rod for the fool’s back.
In Context
4Antwoord een dwaas niet naar zijn dwaasheid, Anders mocht ge zelf eens op hem lijken.
Cross References
Judges 8:5Hij zei toen tot de bewoners van Soekkot: Geef toch wat brood aan de mannen, die me volgen; want ze zijn uitgeput, en ik moet de midjanietische koningen Zébach en Salmoenna nog achtervolgen.
Proverbs 10:13Op de lippen van een wijze vindt men wijsheid, Op de rug van een onverstandig mens dient de stok.
Proverbs 19:25Slaat ge een spotter, dan wordt de onervarene wijs; Vermaant ge een verstandig mens, hij leert er nog uit.
Proverbs 27:22Al stampt ge den dwaas in een vijzel, Tussen de gerstekorrels met een stamper: Ge krijgt er zijn dwaasheid niet uit.
2 Corinthians 10:6en we houden ze gereed, om iedere ongehoorzaamheid te straffen, zo gauw úw gehoorzaamheid maar volmaakt is.