Spreuken 3:25
Dan behoeft ge niet te vrezen, voor wat de dommen verschrikt, Of als het onweer komt, dat de bozen overvalt;
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
Be not afraid of sudden fear, neither of the desolation of the wicked, when it cometh.
In Context
24Dan behoeft ge niet te vrezen, als ge u neerlegt, Kunt ge rustig sluimeren, als ge wilt slapen.
26Want Jahweh zal zijn op al uw wegen, Uw voet behoeden voor de strik.
Cross References
Job 5:21Gij zijt veilig voor de gesel der tong, Zonder vrees voor het dreigend geweld.
Psalms 27:1Van David. Jahweh is mijn licht en mijn heil: Wien zou ik vrezen? Jahweh is de schuts van mijn leven: Wien zou ik duchten?
Psalms 73:19Hoe zijn ze in een oogwenk vernietigd, Verdwenen, in verschrikkelijke rampen vergaan:
Psalms 112:7Voor kwade geruchten is hij niet bang; Zijn hart blijft rotsvast op Jahweh vertrouwen,
Isaiah 8:12Hij zeide: Noemt geen bedreiging, Wat dit volk bedreiging heet; Weest niet bang waarvoor zij vrezen, En laat het u niet verontrusten.
Isaiah 54:14Als gij in gerechtigheid zijt bevestigd. Verban dus de vrees: ge hebt niets te duchten; En de verschrikking: zij nadert u niet.